“Zo had ik het me niet voorgesteld.”
Het is een zin die ik regelmatig hoor in mijn praktijk. Soms voorzichtig uitgesproken, soms met een brok in de keel en soms bijna fluisterend, alsof het eigenlijk niet gezegd mag worden.
Niet omdat mensen spijt hebben van hun partner. Niet omdat ze hun bonuskinderen niet mogen. Integendeel. Vaak houden ze zielsveel van hun partner en willen ze het gezin juist laten slagen.
En toch knaagt er iets.
Omdat het gezin waarin ze nu leven anders is dan het beeld dat ze ooit in hun hoofd hadden.
Dat beeld noem ik vaak een gezinsblauwdruk.
Een soort onzichtbaar plan dat ergens diep vanbinnen opgeslagen ligt. Een idee van hoe een gezin hoort te ontstaan, hoe het voelt, hoe het groeit. Voor veel mensen begint dat beeld al vroeg. Misschien als klein meisje dat droomt van een bruiloft, een huis samen en daarna samen kinderen krijgen. Of misschien omdat je dat om je heen zag gebeuren bij vrienden, familie of je eigen ouders.
Een gezin dat je samen vanaf het begin opbouwt.
Alleen loopt het leven soms anders.
En dat merk je vaak pas echt wanneer je in een samengesteld gezin terechtkomt.
“Soms voelt het alsof ik in een film stap die al begonnen is”
Laura vertelde me eens iets wat me is bijgebleven.
Ze zei: “Het voelt soms alsof ik in een film stap die al halverwege begonnen is.”
Ze houdt van haar partner. Daar twijfelt ze geen seconde aan. Maar haar partner heeft twee kinderen uit een eerdere relatie. Er is een ex. Er zijn vakanties geweest voordat zij in beeld kwam. Herinneringen waar zij geen onderdeel van was.
En soms, wanneer haar partner en zijn kinderen samen lachen om iets van vroeger, voelt ze ineens hoe ze ernaast staat. Niet omdat iemand haar buitensluit, maar omdat zij simpelweg later is gekomen.
“Dan denk ik weleens: waar is mijn plek eigenlijk in dit gezin?”
Het is een vraag die veel bonusouders herkennen.
Niet omdat ze hun partner of de kinderen niet waarderen, maar omdat hun gezinsblauwdruk anders was.
Wanneer de werkelijkheid anders loopt dan het beeld in je hoofd
Wanneer je in een stiefgezin terechtkomt, stap je in een systeem dat al bestaat. Er zijn al banden tussen ouder en kind die langer bestaan dan jouw relatie. Er zijn routines, tradities en loyaliteiten die al gevormd zijn voordat jij er was.
Dat is geen fout van iemand. Het is simpelweg de realiteit van een samengesteld gezin.
Maar wanneer jouw innerlijke blauwdruk nog uitgaat van een ander soort gezin, kan dat wringen.
Soms subtiel, soms pijnlijk duidelijk.
Veel mensen proberen dat gevoel op te lossen door nóg harder hun best te doen. Ze passen zich aan, slikken hun gevoelens in, willen vooral niet lastig zijn en hopen dat het vanzelf op zijn plek valt.
Maar onder de oppervlakte blijft het gevoel vaak aanwezig.
“Waarom hebben wij dit niet samen opgebouwd?”
Martijn vertelde mij eens iets waar hij zich bijna voor schaamde.
Hij zei: “Het klinkt misschien stom, maar soms denk ik: waarom hebben wij dit niet samen opgebouwd?”
Hij bedoelde daarmee niet dat hij zijn partner iets kwalijk nam. Hij hield van haar en vond haar kinderen leuk. Maar ergens zat er ook een stille vorm van verdriet.
Het besef dat hij nooit samen met zijn partner voor het eerst vader en moeder zou worden. Dat die eerste stap al eerder met iemand anders was gezet.
Veel mensen durven dat gevoel nauwelijks toe te geven. Want hoe kun je tegelijkertijd van iemand houden en toch rouwen om iets dat je nooit zult hebben?
Toch gebeurt het vaker dan we denken.
De strijd tegen wat er is
Wanneer een gezinsblauwdruk en de realiteit niet op elkaar aansluiten, kan dat allerlei gevoelens oproepen. Irritatie richting je partner. Frustratie richting de kinderen. Jaloezie richting de ex. Of het stille gevoel dat je er eigenlijk niet helemaal bij hoort.
En omdat die gevoelens moeilijk zijn om toe te geven, worden ze vaak verpakt in iets anders.
Discussies over opvoeding.
Ergernissen over gedrag van kinderen.
Boosheid over afspraken met de ex.
Maar onder die discussies ligt vaak iets veel fundamentelers: het verschil tussen hoe je dacht dat het zou zijn en hoe het daadwerkelijk is.
Zolang dat verschil niet gezien wordt, blijven veel mensen onbewust strijden tegen de werkelijkheid.
Acceptatie betekent niet dat je alles maar moet slikken
Het woord acceptatie roept soms weerstand op. Alsof je alles maar moet goedvinden. Alsof je geen grenzen meer mag stellen of geen gevoelens meer mag hebben.
Maar dat is niet wat acceptatie betekent.
Acceptatie betekent dat je erkent dat een stiefgezin een ander systeem is dan een kerngezin. Met andere dynamieken, andere loyaliteiten en andere uitdagingen.
Pas wanneer je dat werkelijk onder ogen ziet, ontstaat er vaak meer rust.
Niet omdat alles ineens makkelijk wordt, maar omdat je stopt met vechten tegen iets wat simpelweg anders is dan je ooit had bedacht.
En juist vanuit die rust ontstaat er ruimte om een gezin te bouwen dat wél werkt voor jullie.
Niet het gezin dat ooit in je hoofd zat.
Maar het gezin dat er nu daadwerkelijk is.
Een vraag die ik vaak stel
In gesprekken met bonusouders stel ik vaak een vraag die even stil maakt.
“Accepteer jij echt dat je een stiefgezin hebt?”
Niet een beetje.
Maar écht.
Want pas wanneer je dat volledig onder ogen durft te zien, kun je beginnen met bouwen aan een gezin dat stevig staat.
Herken je dit?
Misschien herken je dat jouw beeld van een gezin soms botst met de realiteit van jullie stiefgezin. Misschien merk je dat daar frustratie, verdriet of rouw onder zit.
Dat is menselijk. En je bent daarin echt niet de enige.
Als je wilt, denk ik graag even met je mee.
Klik op de WhatsApp-button op deze website en stuur me een berichtje. Je hoeft geen uitgebreid verhaal te typen. Een korte vraag of een paar zinnen over jullie situatie is al genoeg.
Soms is één goed gesprek al genoeg om weer helder te zien wat er eigenlijk speelt.
Marieke
Stiefexpert en ontwikkelaar van de Sterk Stiefgezin methode

