Mijn kinderen vinden mijn partner te streng
En waarom dit zelden alleen over streng zijn gaat
Het is zo’n zin die niet hard hoeft te klinken om tóch als een klap binnen te komen, omdat er in één keer iets heel essentieels geraakt wordt: jouw kind. “Jij bent veel te streng voor mijn kind,” zegt een ouder dan, vaak met een blik die tegelijk beschermend én verwijtend is, en de bonusouder voelt zich op dat moment niet alleen afgewezen, maar ook publiekelijk terechtgewezen, terwijl diezelfde bonusouder zich waarschijnlijk al weken, maanden of jaren afvraagt waarom er zo weinig rekening wordt gehouden met het feit dat hij of zij óók in dit huis woont, óók grenzen heeft, óók verantwoordelijkheden draagt, en óók graag rust wil.
Wat er dan meestal gebeurt, is dat de discussie aan de oppervlakte blijft hangen, alsof het een simpele kwestie is van opvoedstijl, namelijk streng versus zacht, maar in een stiefgezin is dat bijna nooit het hele verhaal, omdat strengheid in stiefgezinnen vaak een symptoom is van iets anders, iets diepers, iets dat je niet oplost door een lijstje regels te maken of door elkaar nog één keer uit te leggen hoe jij het ziet.
En dan komt het woord dat ik in mijn praktijk zó vaak hoor, dat het bijna een rol is geworden: aanwezig. De bonusouder is te aanwezig, te direct, te snel met grenzen, te veel op gedrag, te veel op orde, te weinig op relatie, en soms is dat ook echt zo, maar de vraag die eronder ligt is pijnlijker én belangrijker: waarom voelt die aanwezigheid zó groot, zó dominant, zó bedreigend in jullie gezin.
Mark
Hij vindt dat er regels moeten zijn en dat kinderen zich gewoon horen te gedragen, en hij is ervan overtuigd dat hij juist duidelijkheid geeft, maar zij ziet haar kind verstijven zodra hij de kamer binnenkomt, omdat haar kind aan alles voelt dat er weinig ruimte is voor fouten, voor spelen, voor traagheid, voor kind zijn. Zij zegt dat hij te streng is, hij zegt dat zij haar kind verwent, en ondertussen wordt het kind onbewust het strijdtoneel waarop twee volwassenen proberen gelijk te krijgen, terwijl het kind eigenlijk maar één boodschap nodig heeft: wie is hier veilig voor mij.
Sanne
Zij is de bonusmoeder, en ze bedoelt het goed, maar ze zit overal bovenop omdat ze zich verantwoordelijk voelt, omdat ze in haar eigen hoofd voortdurend “moet” presteren, en omdat ze bang is dat als zij het niet regelt, niemand het regelt. Haar partner zegt dat ze te aanwezig is, en haar bonuskinderen trekken zich terug, en zij voelt zich steeds meer buitengesloten, waardoor ze nóg meer gaat controleren, en dan is de cirkel rond: hoe meer zij probeert erbij te horen, hoe minder ze erbij mag.
In beide situaties gaat het niet alleen over strengheid, maar over positie, loyaliteit en onuitgesproken afspraken, want in stiefgezinnen is het verschil tussen begrenzen en overheersen soms maar één millimeter, vooral als de ouder niet duidelijk in de lead staat, of als de bonusouder een gat probeert te vullen dat eigenlijk nooit van hem of haar had hoeven zijn.
De metafoor die alles verandert
Achter de schermen samen optrekken, voor de schermen de ouder in de lead
In een stiefgezin is het vaak niet de vraag of de bonusouder te streng is, maar of jullie als partners helder hebben afgesproken wie welke rol draagt, en of jullie dat ook consistent laten zien, want zodra die helderheid ontbreekt, gaat de bonusouder óf te veel doen, óf niets meer doen, en beide kanten geven gedoe. Achter de schermen moet je alles kunnen zeggen wat je voelt en ziet, inclusief je zorgen over de toon, de strengheid, de sfeer, of de overprikkeling, maar voor de schermen hoort het kind niet te leven in een sfeer waarin volwassenen elkaar corrigeren, afvallen of ondermijnen, omdat kinderen daar onveilig van worden, en omdat de loyaliteit dan direct opspeelt.
Voor de schermen is de ouder in de lead, niet om de bonusouder klein te maken, maar om het systeem kloppend te houden, zodat een bonusouder niet in de opvoedstoel belandt zonder gezag, zonder geschiedenis en zonder vanzelfsprekende band, want dat is precies de plek waar “te streng en te aanwezig” meestal ontstaat: iemand probeert orde te scheppen op een plek waar de basis nog niet stevig genoeg is.
Hoe kom je hier samen uit, zonder dat het kind de prijs betaalt
Begin met eerlijk kijken naar wat er werkelijk gebeurt, en stel elkaar niet de vraag wie er gelijk heeft, maar welke dynamiek jullie samen creëren. Als jij als ouder vindt dat je partner te streng is, vraag je dan af waar jij eigenlijk niet in de lead staat, want strengheid van de bonusouder wordt groter als de ouder zelf te weinig begrenst of te weinig zichtbaar positie neemt. En als jij als bonusouder herkent dat je te aanwezig wordt, vraag je dan af welke onzekerheid je probeert te dempen, want controle is vaak een verdedigingsmechanisme tegen het gevoel dat je geen plek hebt.
Maak achter de schermen afspraken over drie dingen: wat zijn de huisregels die voor iedereen gelden, welke correcties doet alleen de ouder, en wat doe je op momenten dat het schuurt, zodat je niet in het moment zelf hoeft te improviseren. En spreek één ding heilig af: voor de schermen vormen jullie een team, ook als je het achter de schermen nog niet helemaal eens bent, omdat kinderen niet gebaat zijn bij perfectie, maar wel bij voorspelbaarheid en rust.
Tot slot
Als je dit leest en je denkt, dit is precies ons patroon, met dat zinnetje dat steeds terugkomt, “je bent te streng” of “je bent te aanwezig”, dan is er een grote kans dat jullie niet zozeer een opvoedprobleem hebben, maar een afstemmingsprobleem, en dat is goed nieuws, omdat je daar wél invloed op hebt.
Wil je dat ik even met je meekijk naar jullie situatie en jullie help om die rolverdeling helder te krijgen, stuur me dan een bericht via de WhatsApp button op mijn website en vertel kort wat er gebeurt in jullie huis op de momenten dat het escaleert, dan denk ik met je mee over de eerste stap die het meeste rust geeft.
Marieke
Stiefexpert