Falen in je stiefgezin is groei

In de sportschool train ik tegen falen aan. En dat vind ik f*cking moeilijk.

In de sportschool train ik niet alleen mijn lijf. Ik train tegen falen aan.
En eerlijk is eerlijk: ik vind dat f*cking moeilijk.

Ik doe krachttraining. Dat betekent dat er momenten zijn waarop het gewicht simpelweg niet omhoog wil. Mijn spieren trillen, mijn adem stokt, mijn hoofd zegt: kom op, nog één, en mijn lijf zegt: nee. Dit is ‘m niet. En elke keer dat dat gebeurt, voel ik iets wat veel groter is dan spierpijn. Dan voel ik weerstand. Frustratie. Schaamte bijna. Alsof falen iets zegt over wie ik ben, in plaats van over wat ik op dat moment train.

Wat me daar zo confronterend raakt, is dat dit precies hetzelfde patroon is dat ik jarenlang meenam naar de rest van mijn leven. In mijn werk. In mijn relaties. In mijn moederschap. In het samengestelde gezin.

Ik ben iemand die ver is gekomen met doen. Met volhouden. Met studeren, doorzetten, oplossen. Dus als iets niet lukt, of als het schuurt, of als het niet meteen beter wordt, dan schiet er iets in mij aan. Dan wil ik harder. Slimmer. Netter. Meer mijn best doen. Falen voelt voor mij niet als een fase, maar als een bedreiging.

En toch dwingt die sportschool me elke keer weer om iets anders te leren.
Dat groei letterlijk ontstaat op het punt waar het niet lukt.
Niet als je nog makkelijk tien herhalingen over hebt, maar precies daar waar je lichaam zegt: hier houdt het op.

In relaties is dat niet anders. In samengestelde gezinnen al helemaal niet.
Daar kom je ook steeds weer op dat punt waarop iets niet lukt. Een gesprek dat niet soepel loopt. Een bonuskind dat je afwijst. Een ex die blijft triggeren. Een partner die iets anders nodig heeft dan jij. En mijn oude reflex was dan: zie je wel, dit werkt niet. Dit moet anders. Ik doe iets fout.

Maar wat ik langzaam leer, is dat falen geen teken is dat je moet stoppen. Het is vaak een teken dat je precies daar zit waar groei mogelijk is. Alleen voelt dat allesbehalve comfortabel.

In de sportschool leer ik nu om niet meteen weg te lopen bij dat moment. Om niet het gewicht lichter te maken om maar niet te hoeven voelen dat het even niet lukt. Om te blijven staan bij dat punt van falen, mijn adem te voelen, en te erkennen: dit is zwaar, en ik ben er nog.

Die les neem ik steeds vaker mee naar mijn leven. Naar het moederschap, waarin ik niet altijd weet of ik het goed doe. Naar mijn relatie als we elkaar weer eens niet begrijpen, waarin wrijving soms voelt als falen terwijl het eigenlijk ontwikkeling is. Naar het samengestelde gezin, waar het zelden in één keer klopt en waar je soms gewoon moet blijven, ook als het ongemakkelijk is.

Falen is niet het tegenovergestelde van succes.
Het is vaak de trainingsplek.

En misschien is dat wel de grootste shift die ik aan het maken ben: niet meer alles willen gladstrijken, oplossen of vermijden, maar leren verdragen dat iets even niet lukt. Dat het schuurt. Dat ik het niet meteen weet.

In de sportschool. In mijn relatie. Als (bonus)moeder

Waar heb jij het gevoel dat je faalt? Deel het gerust via whats app, we denken graag mee

Marieke

Stiefexpert

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reviews

WhatsApp Stel gerust je vraag