Als jouw naam valt op 31 december 2026
wat wil je dan dat je bonuskinderen over jou zeggen?
En je partner?
Dat je lief was? Dat je je best deed?
Of dat je veilig was. Duidelijk. Iemand bij wie het rustig werd, ook als het ingewikkeld was.
In samengestelde gezinnen wordt vaak gekeken naar gedrag. Naar opvoeding. Naar “wat er misgaat”.
Maar wat ik in mijn werk steeds weer zie: taal is vaak de stille aanjager van afstand of verbinding.
Niet wat je bedoelt, maar wat je zegt.
Niet één keer, maar steeds opnieuw.
Woorden bepalen veiligheid
In een samengesteld gezin is niets vanzelfsprekend.
Er is geschiedenis, verlies, loyaliteit, liefde en onzekerheid.
Woorden landen hier niet neutraal. Ze komen ergens terecht.
En juist daarom zijn er zinnen die misschien logisch klinken, maar onderhuids schade aanrichten.
Ik neem je mee in een aantal van die zinnen. Niet om met de vinger te wijzen, maar om je bewuster te maken van wat taal doet.
Zinnen die je beter niet zegt (en waarom)
“Het is nu eenmaal zo.”
Deze zin sluit het gesprek af terwijl de ander nog midden in een gevoel zit. Het communiceert berusting, maar voelt als afwijzing.
“Je moet er gewoon aan wennen.”
Wennen is geen keuze. Het is een proces van rouw, aanpassen en opnieuw vertrouwen. Deze zin legt druk waar ruimte nodig is.
“Zo doen we dat hier.”
Voor bonuskinderen en nieuwe partners klinkt dit vaak als: jouw verleden telt hier niet mee.
“Het is jouw kind, dus los jij het op.”
Op dit moment verdwijnt het team. En kinderen voelen feilloos wanneer volwassenen niet samen optrekken.
“Ik hoor er ook bij.”
Dat klopt. Maar niet ten koste van één-op-één tijd tussen ouder en kind. Die band is geen bijzaak, maar hoofdzaak
“Dat kind manipuleert.”
Wat vaak manipulatie wordt genoemd, is stressgedrag. Controle zoeken. Veiligheid testen. Deze zin sluit empathie en je hart af.
“Je overdrijft.”
Hiermee maak je gevoelens onbetrouwbaar. En dat vergroot afstand, zelfs als je het goed bedoelt.
“Bij mij thuis ging dat vroeger ook zo.”
Een samengesteld gezin is geen herhaling van je eigen jeugd. Het is een nieuw systeem met andere wetten en dynamieken.
“We zijn nu gewoon één gezin.”
Dat is een wens, geen realiteit. Gezinnen groeien. Ze ontstaan niet door een uitspraak.
“Mijn ex is nu eenmaal zo.”
Deze zin klinkt rustig, maar ademt machteloosheid. En machteloosheid werkt door in het hele systeem.
“Je maakt het ingewikkeld.”
Nee. Het ís ingewikkeld. Dat erkennen geeft vaak al ontspanning.
“Ik wil geen gedoe.”
Conflict vermijden lijkt rustgevend, maar creëert spanning onder de oppervlakte. En die spanning vindt altijd een uitweg. Toch?
Waarom dit zo’n verschil maakt
De meeste spanningen in samengestelde gezinnen ontstaan niet door slechte intenties, maar door onbewuste taal. Door zinnen die afsluiten waar verbinding nodig is. Door woorden die ordenen waar juist erkenning nodig is.
Misschien is het tijd om niet nóg harder je best te doen,
maar om bewuster te spreken.
En misschien is dat ook waarom ik zelf steeds vaker het woord stiefouder, bonusmoeder of plusvader loslaat (je bent partner van) in hoe ik mijn werk beschrijf.
Niet omdat die rol niet belangrijk is.
Maar omdat leiderschap, veiligheid en verantwoordelijkheid niet in een titel zitten, maar in gedrag. En in taal.
Terug naar de vraag
Als jouw naam valt op 31 december 2026
wat hoop je dan dat ze zeggen?
Dat je durfde luisteren.
Dat je woorden koos die rust brachten.
Dat je bleef staan, ook als het lastig werd.
Ik hoop dat mijn gezin over mij zegt dat ik beschikbaar en veilig was…..
Misschien begint dat niet met alles anders doen,
maar met een paar zinnen minder zeggen.
Of anders zeggen.
Vertel! Welke zin ga jij niet meer zeggen in 2026? Deel je het via de whatsapp button, vinden we leuk!
Marieke
Stiefexpert